Samenwerken; van volkstuintjes naar High Line 1


Share

Bij de Alliantie coördineer ik een Ontwikkelprogramma om de interne samenwerking te verbeteren, en dan vooral de samenwerking tussen afdelingen. Van mijn collega’s is ongeveer 80% enthousiast over het programma en 20% ziet er het nut niet zo van in. In die laatste groep zitten niet alleen de mensen die “altijd aan de kar hangen”. Er zitten slimme, enthousiaste en vooruitstrevende collega’s in. Dat intrigeerde me en ik ben met ze in gesprek gegaan. Ze zien het nut niet omdat ze, in tegenstelling tot veel van hun collega’s, vinden dat de samenwerking prima gaat.
Waar komt dat verschil in beleving vandaan? 

Die vraag hield me bezig toen ik een artikel las waarin de volgende MT-vergadering wordt beschreven.

De eerste dag begonnen we met een reguliere MT-vergadering, om een beeld te krijgen van hoe de vijf MT-leden met elkaar omgingen. Om de vijftien minuten legden we de vergadering
stil en lieten ieder van hen opschrijven wat hen beviel en wat niet. Na enkele rondes bespraken we de resultaten. Nee, het ging niet slecht. De sfeer was goed, ieder was betrokken,
ze deden zichtbaar hun best om efficiënt te werken. Maar toch, goed ging het inderdaad ook niet. De agenda was te vol. Een aantal punten hadden de MT-leden in het geheel niet voorbereid.
Geen wonder, zij hadden de agenda ook pas vlak voor de vergadering onder ogen gekregen. Vaak zat er een grote gehaastheid in hun spreken, vooral als ze bleven steken in een punt.
En naarmate de vergadering vorderde sloop er een onmiskenbare frustratie in de toon, de gebaren, de houding van de deelnemers.

Op een gegeven moment wordt de vraag gesteld: “Wat willen jullie eigenlijk met elkaar te maken hebben?” Er was sprake van een uitwisseling van standpunten maar er was geen echte verbinding. Dat gaf precies weer wat ik bedoeld met een betere samenwerking; samenwerking vanuit een gemeenschappelijk perspectief.  

Ik kwam vervolgens in een ander artikel de volgende passage tegen:

Mensen die samenwerken als in een volkstuin werken met veel plezier en trots op hun eigen lapje grond. Ieder doet iets waar hij goed in is. De één verbouwt mooie tomaten en de ander houdt het bij snijbloemen. Er zijn mensen die er een fors tuinhuis hebben neergezet en graag in de zon zitten. Als men een andere volkstuinhouder tegenkomt maakt men een praatje en er wordt tijdens vakanties voor elkaar water gegeven. Ook is er wel eens een probleem, zoals met de buurman die zijn distels maar laat woekeren. Alle distelpluisjes waaien over het volkstuincomplex! Dan moet er gepraat worden. Maar gelukkig gaat het meestal goed. De Volkstuineigenaren lenen graag hun kruiwagen uit en geven elkaar stekjes. Elk kwartaal is er overleg in het complex waarbij men beslist over het wel of niet vervangen van een waterpomp, de verlichting op het tegelpad of het verhogen van de contributie. En natuurlijk is er de jaarlijkse barbecue waarbij men zelf geteelde aardappels poft.”

Toen ik dit las dacht ik terug aan mijn gesprek met collega’s die de meerwaarde van het Ontwikkelprogramma niet meteen zien. Ik bedacht me dat zij het waarschijnlijk prima vinden om op de “Volkstuintjes manier” samen te werken. Mijn ideaal is dat we samenwerken aan een mooi park zoals de High Line in New York. De volgende keer dat ik in gesprek ga over samenwerking neem ik de metafoor van de High Line mee. 

Volkstuintes als metafoor voor samenwerking zonder verbinding

High lane als metafoor voor samenwerken met verbinding

 


Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “Samenwerken; van volkstuintjes naar High Line

  • In aanvulling

    Ik lees het artikel “Het voordeel van de twijfel” in VKmagazine en kom daar de volgende tekst tegen: “Wankelmoedigheid is dus een onmisbare rotkwaliteit – en overal toepasbaar., behalve dan bij brand in een woning. Het komt het allermooiste tot zijn recht in vergaderingen waarin omhoog gevallen managers veel te snel knopen doorhakken. Het niet aflatende ‘Ja, maar aan de ándere kant…’ van de wankelmoedige drijft hen tot waanzin en dat is schitterend om te zien.” En voel me aangesproken, ik ben ook wel van het ‘snel knopen doorhakken’. Ik neem me voor om te vertragen.